‘Heeft u alles kunnen vinden?’

image

Ik wist niet wat ik hoorde toen me deze vraag gesteld werd aan de kassa bij Albert Heijn!

‘Ja, natuurlijk! En als ik het niet had kunnen vinden had ik het wel aan één van de vele vakkenvullers gevraagd en stapel ik niet eerst al mijn boodschappen op de band (ja stapelen, want ik ga maar 1x per week) om bij het afgeven van de bonuskaart de vraag te beantwoorden met: ‘Nou nee, kunt u me vertellen waar ik de mango chutney kan vinden, dan haal ik hem nog even want ik neem aan dat de 3 klanten achter me het toch niet erg vinden om nog langer op hun beurt te wachten!’

Nee, nee ik heb het niet gezegd.
‘Ja hoor!’ Was mijn kort maar vriendelijk antwoord.

Op dat moment dacht ik gewoon te maken te hebben met een vriendelijke caissière, maar gisteren bleek dat Albert Heijn haar klanten nóg vriendelijker wil benaderen dan ze eerst al deed met ‘En een fijne dag nog.’ en dat blijkt dus bovenstaande vraag te zijn.

Mijn caissière van gisteren moest er duidelijk nog aan wennen.
Terwijl ze mijn bonuskaart aanpakte stelde ze de vraag die ik, zoals eerder gezegd, weer kort en vriendelijk beantwoordde. Toen ze met goede moed aan mijn gestapelde boodschappen begon, stelde ze de vraag na het scannen van de frikadellen nóg een keer. ‘Och, dat had ik geloof ik al gevraagd hè?’ ‘Ja klopt, maar je kunt nooit té vriendelijk, toch?’ grapte ik.

Teruglopend naar mijn auto (waarbij ik altijd worstel met de té zware winkelwagen) bedacht ik me echter hoe vriendelijk ik de vraag eigenlijk vond…..
Helemaal níét!
Je bént vriendelijk of niet. Daar voegt deze vraag niets aan toe. En uiteindelijk zal hij me gaan irriteren vrees ik. Misschien ga ik hem na mijn 14e wekelijkse bezoek wel beantwoorden zoals mijn verhaal hierboven begon! En je voelt hem al aankomen……
Dan ben ík zeker een onvriendelijke klant!

Dus daarom een tip:
Doe maar ‘Gewoon……bij Albert Heijn’.

Advertenties

Geboren in 1920

image

Daar komt ze binnen.
Op zich niets bijzonders.
Een oud mensje is geen vreemde klant in een apotheek.

Ik wil opstaan voor haar.
Ze gebaart dat ik rustig kan blijven zitten.
‘Ik ben wel oud, maar ik sta liever.’
Ik glimlach.
‘Ik kan ook niet gaan zitten want dan kom ik niet meer op’, kletst ze vrolijk verder.

‘Hoe oud denk je dat ik ben?’
O jee, gevaarlijk terrein!
Als ik 80 zeg, wat ik ook denk, en ze is 78 dan kwets ik haar misschien.
Ze ziet me aarzelen en besluit me voor te zijn:
‘Vierennegentig’.
‘Nou, eigenlijk vierennegentig en een half’.
Met grote ogen van verbazing vertrouw ik haar toe wat ze waarschijnlijk dagelijks hoort: ‘Dat had ik u écht niet gegeven!’
‘Ja en ik woon ook nog zelfstandig!’

Daar zit ik dan zittend te kletsen met een staande 94,5 jarige dame (met een ‘kapotte’ rug).

Jammer genoeg is ze eerder klaar dan ik.
Ze loopt weg bij de balie, draait haar hoofd naar me toe, zegt gedag en geeft me een vette knipoog!

Terwijl ze naar buiten kart met haar ultramoderne rollator bedenk ik me dat ze niet geklaagd heeft over de wachttijd, niet gezaagd heeft over het weer en niet gezeurd heeft over hoe druk ze het heeft.
Daar kunnen mensen tussen de twintig en vierennegentig en een half nog iets van leren!

Oma weet raad

Voordat ik mijn belevenissen op WordPress ging delen, schreef ik op Facebook. Misschien vind je het leuk om ook deze te lezen. Daarom ‘een oudje’ elke eerste zaterdag van de maand (wegens vergeetachtigheid deze keer de tweede zaterdag van de maand) Veel leesplezier!

naamloos (12)

‘Oma weet raad’!
Een fantastische site voor hulp bij zowat alles qua huis, tuin en keuken probleempjes waar je mee te maken kunt krijgen.
‘ZOWÁT ALLES’, zei ik.
Er zijn een aantal dingen waar zelfs oma niet van op de hoogte is, dus vandaar dacht ik jullie een plezier te doen met het delen van een aantal zeer waardevolle, zo niet, onmisbare tips!

Laat ik starten met de Primark. Ge-wél-di-ge winkel! Voor een paar cent je achterbak vol met bruine papieren tassen die niet hergebruikt kunnen worden.
Dat wil iedereen toch? Juist! Vandaar de tip: ‘Bezoek de Primark alleen op doordeweekse dagen vóór 12 uur. Dan sta je tenminste maar 30 minuten in de rij voor de pashokjes en 15 minuten in de rij bij de kassa!’

Tip nummer 2 heeft te maken met de bikini aankoop en luidt: ‘Mocht je niet gezegend zijn met een bikinifiguur, shop dan online!’
Zoek zoveel mogelijk setjes naar je smaak en laat ze thuisbezorgen zodat je striemloos, uitgebreid, vanaf elke afstand, in elke stand jezelf kunt bekijken in de spiegel.
Stuur terug wat écht niet kan en ga gelukkig de zomer in!

De volgende tip is vooral voor mensen met weinig geduld: ‘Drip and dry.’
1 á 2 druppels op je nog natte nagellak en binnen een paar seconden zijn ze droog.
Ik kon het eerst niet geloven, maar dit werkt écht! Nou ja, bijna dan…… De drip and dry vloeistof maakt je vingertoppen wel wat nat en toen ik deze aan de handdoek wilde afdrogen veegde ik de nagellak er alweer voor een deel af. Een beetje geduld is dus toch nog wel vereist. Desalniettemin: een aanrader!

Maar de tip van de maand is toch wel: ‘Nadat je je mobieltje uit de vijver hebt gevist, leg je hem in een bakje met ongekookte rijst en HIJ DOET HET WÉÉR!!!’
Op dit moment ligt hij er nog in om de laatste paar druppels van het beeldscherm te krijgen, maar hij functioneert perfect! En om dát te vieren eten we vandaag rijst met goulash! Of rijst met pilav? Of nasi? Iemand nog een onmisbare tip???

Aflevering 2 van de serie ‘Tanja goes cooking through the stomach…for love’

IMG_20150227_195518

Ik heb mijn best gedaan. Al zeg ik het zelf.
Daarom een vervolg op de pilot:
Aflevering 2!

De afgelopen 2 weken stonden voor mijn persoonlijke ontwikkeling in het teken van ‘Koken voor de liefde’!
Oftewel ‘Koken voor mijn liefdes’!
De mannen kregen van alles voorgeschoteld. Hier een kleine opsomming van de (voor mij tenminste) meest bijzondere gerechten:

Kip uit de Römertopf
De smaak van dit gerecht, dat ik zo’n 25 jaar geleden voor het laatst had gegeten, is me altijd bijgebleven. Waarom ik het dan nooit eerder gemaakt heb? Tja, dat vraag ik me, terwijl ik dit typ, ook af. Géén idee.
Gelukkig had mijn moeder het recept bewaard en kon ik aan de slag.
Mijn boodschappenlijstje zag er als volgt uit:
– kippenbouten
– 1 ui
– 2 wortels (die was ik vergeten te kopen)
– 4 ontvelde tomaten (dat was me te lastig, dus die zijn er mét vel in stukjes ingegaan)
– 1 teentje knoflook
– 1/4 liter bouillon
– aromat (nog steeds geen idee wat dat precies is, dus dat had ik niet)
– ketchup
– blikje tomatenpuree (had ik wel gekocht, maar onze blikopener is maanden geleden stuk gegaan en we hebben nog steeds geen nieuwe)
– peper, zout, tijm, rozemarijn (dat laatste maakte de smaak volgens mijn moeder, maar…..tja, helaas vergeten)
Na 2 uur in de oven op 220 graden maak ik de topf open en wat denk je?
Ondanks dat ik het recept niet tot op de letter gevolgd heb, zag het lekker uit, rook het heerlijk en smaakte het…..ja, als 25 jaar geleden. Heerlijk!
En de mannen? Had ik hun hart geraakt?
Mika: ‘Best lekker ja, maar ik heb liever Piri Piri’.
Rogér: ‘Heerlijk, maar kan dit ook met kipfilet?’ (onze dierenliefhebber háát kluiven)

Gepaneerde Pangafilet
Dit had ik al vaker gemaakt, maar om de een of andere reden moet ik toch steeds even mijn moeder bellen voordat ik eraan begin:
– De vis eerst in het ei en dan in het meel voordat ik het in het paneermeel doe? Of eerst in het meel en dán in het ei?
– Bakken in boter of in olie zodat het niet plakt?
– Hoelang in de pan?
Een beetje van mezelf dus en een beetje van mijn moeder, maar het resultaat mag er wezen!
Rogér geniet ervan! Mika? Die kreeg ‘left-over-diepvries-shoarma’. Ook genieten!

Kip Piri Piri
Dit stond er op mijn boodschappenlijstje:
– kipfilet (ja, weer kip, maar nu zonder bot)
– sperziebonen
– 1 rode paprika (jammer, ik dacht dat we er nog een in de koelkast hadden)
– 1 ui
– 3 tomaten
– 1 komkommer
En: één van mijn vrienden in de keuken:
– Knorr! Deze keer: Portugese Kip Piri Piri
Ik hou van die dikke dozen die ook nog eens in de bonus waren deze week (en daarom eten we morgen: Knorr Beef Shanghai!)
Beoordeling van de mannen: Jammie!

Na de Piri Piri gingen Rogér en ik een blokje om toen hij ineens totaal onverwacht uit de hoek kwam met de opmerking: ‘Ik vind wel dat je de laatste tijd gevarieert kookt!’ Hahahahaha! Volgens mij ben ik op de goede weg!

Tot slot nog even een niet zo bijzonder gerecht, maar wel met verrassende gevolgen!

Broodje hamburger
Op tafel staan schaaltjes met:
– sla
– komkommer
– tomaat
– gedroogde uitjes
– gebakken uien
Op een bord liggen 4 hamburgers opgestapeld: 2 voor Mika en voor Rogér en mij elk 1. ‘Beetje weinig’ hoor ik je denken, maar wij eten er nog uitsmijters bij.
Nadat mijn broodje hamburger op is bak ik de uitsmijters en zie ik dus niet meer wat er aan tafel gebeurt. Als we klaar zijn ligt er nog een hamburger op het bord en ik vraag aan Mika waarom hij er maar 1 gegeten heeft. ‘Nee, ik heb er 2 gehad.’ Ik snap er niets meer van! Mika heeft er 2 gehad, ik 1 en Rogér ook 1. Toch?
Uhm….zegt de laatste. Misschien ben ik vergeten de hamburger erop te doen……

Tja, dat doet mijn kookkunst blijkbaar ook: een broodje met sla, komkommer, tomaat en vers gebakken uien en de hamburger DENK je er vanzelf bij! 😉

Échte dierenliefde is een genenkwestie

imagesP2XPP0KN

Échte dierenliefde, daar word je mee geboren. Ik weet het zeker.
Ik heb het geprobeerd.
Ben ervoor gegaan.
Heb er energie ingestoken.
Maar ik heb gefaald.
Échte dierenliefde zit in je genen; het valt niet te leren.

Als jong kind zie je dit nog niet. Ik was bang voor honden, dat zag ik wel en voelde ik nog meer. Ik denk dat ik voor mijn 25e geen enkele trouwe viervoeter heb geaaid. In elk geval niet écht. Misschien heel even omdat het echt niet anders kon.
Maar toch vond ik dieren ‘wel leuk’. Een konijn bijvoorbeeld. Zo schattig om te zien. Ja, om te zien, maar meer ook niet. Toen Stampertje ons met zijn komst had verblijd, durfden mijn zus en ik hem helemaal niet vast te pakken. Onze ouders verschoonden het hok en wij keken alleen maar hoe hij zich amuseerde op het grasveld. Tja, dat grasveld. Dat is hem fataal geworden. In een onbewaakt ogenblik zag de hond van de buurman zijn kans schoon en rende als een wilde achter onze Stampertje aan, met als gevolg: een hartstilstand. Och, wat waren we verdrietig, mijn moeder, zus en ik. En mijn vader? Die kon de uitvaart regelen. Meteen daarna besloten we unaniem nooit meer een konijn te nemen.

Een parkiet! Dat konden we wel aan dachten we. Gezellig binnen in de huiskamer naar het vrolijke gefluit van Jacko luisteren. Nee, niet op mijn schouder of vinger. Ook dit diertje veilig achter tralies. Behalve wanneer de kooi verschoond moest worden. Dan mocht hij lekker door de kamer vliegen totdat zijn nestje weer proper was. Vanzelf vloog hij dan weer terug. Behalve die ene keer…. De achterdeur stond open en weg was Jacko.

Ik weet niet meer op Pietje voor of na Stampertje en Jacko kwam, maar die kanarie heeft een goed leventje bij ons gehad. Tot hij op zijn oude dag van zijn stokje is gevallen.

Vissen hebben we ook gehad. Één hele bijzondere zelfs. Een acrobaatvis! Wel uit een lokaal circus en niet van Renz, want we vonden hem na zijn grote acrobatische sprong terug in de slipper van mijn vader. Truc mislukt.
De vissen durfde ik overigens zelf schoon te maken. Wel met een schepnetje uiteraard. Niet met de blote hand.

Zo zie je, als kind heb ik het geprobeerd: het ontwikkelen van échte dierenliefde. Maar het moest van te ver komen. Al vroeg in mijn leven had ik daarom besloten een dierenloos leven te gaan lijden. Beter voor Dier en Mij.

Totdat…..
Tja, de liefde hè.
Alles voor de liefde.
Ik leerde hem kennen en hij had een hond. Ook al wist ik bijna niets van honden, ik wist wel dat ik toen de keuze had tussen het combipakket of single blijven. En aangezien liefde alles overwint ging mijn leven dus van dierenloos naar ‘hond in huis’.

Maar toch, met het verstrijken van de jaren kom je tot de conclusie dat een hond andere gevoelens bij je losmaakt dan een goudvis of parkiet en toen we Rocco moesten laten inslapen was ik écht verdrietig.
Niet dat ik daarom meteen weer een hond wilde. Nee, ik was nog steeds geen echte dierenliefhebber. Toch heb ik me laten overhalen na de ‘Wij willen een hond!’-briefjes die ik vond op de trap, op mijn kussen, op de bank, in de koelkast enz. en sinds enige jaren is Sammy het vierde mannelijke lid van ons gezin.
Ik ga met hem wandelen, geef hem te eten en te drinken, knuffel met hem, neem hem mee op vakantie, ga met hem naar de kapper, maar eerlijk is eerlijk….. échte dierenliefde voelen? Dat moet nog steeds van te ver komen.

Volgens Rogér is dit niet waar en doe ik alsof om ‘mijn reputatie van niet-dierenliefhebber’ hoog te houden. Maar ik weet wel beter. Ik ben diep van binnen nog steeds dezelfde als toen ik hem leerde kennen en mijn vriendinnen aan me vroegen wat voor hond hij dan had. Ik antwoordde: ‘Je weet wel zo’n witte waar je, als je er achter een stok instopt, de vloer mee kunt moppen.’ (gezien de prille fase van onze relatie zal je begrijpen dat ik dit pas veel later aan hem heb opgebiecht ;))