Geboren in 1920

image

Daar komt ze binnen.
Op zich niets bijzonders.
Een oud mensje is geen vreemde klant in een apotheek.

Ik wil opstaan voor haar.
Ze gebaart dat ik rustig kan blijven zitten.
‘Ik ben wel oud, maar ik sta liever.’
Ik glimlach.
‘Ik kan ook niet gaan zitten want dan kom ik niet meer op’, kletst ze vrolijk verder.

‘Hoe oud denk je dat ik ben?’
O jee, gevaarlijk terrein!
Als ik 80 zeg, wat ik ook denk, en ze is 78 dan kwets ik haar misschien.
Ze ziet me aarzelen en besluit me voor te zijn:
‘Vierennegentig’.
‘Nou, eigenlijk vierennegentig en een half’.
Met grote ogen van verbazing vertrouw ik haar toe wat ze waarschijnlijk dagelijks hoort: ‘Dat had ik u écht niet gegeven!’
‘Ja en ik woon ook nog zelfstandig!’

Daar zit ik dan zittend te kletsen met een staande 94,5 jarige dame (met een ‘kapotte’ rug).

Jammer genoeg is ze eerder klaar dan ik.
Ze loopt weg bij de balie, draait haar hoofd naar me toe, zegt gedag en geeft me een vette knipoog!

Terwijl ze naar buiten kart met haar ultramoderne rollator bedenk ik me dat ze niet geklaagd heeft over de wachttijd, niet gezaagd heeft over het weer en niet gezeurd heeft over hoe druk ze het heeft.
Daar kunnen mensen tussen de twintig en vierennegentig en een half nog iets van leren!

Oma weet raad

Voordat ik mijn belevenissen op WordPress ging delen, schreef ik op Facebook. Misschien vind je het leuk om ook deze te lezen. Daarom ‘een oudje’ elke eerste zaterdag van de maand (wegens vergeetachtigheid deze keer de tweede zaterdag van de maand) Veel leesplezier!

naamloos (12)

‘Oma weet raad’!
Een fantastische site voor hulp bij zowat alles qua huis, tuin en keuken probleempjes waar je mee te maken kunt krijgen.
‘ZOWÁT ALLES’, zei ik.
Er zijn een aantal dingen waar zelfs oma niet van op de hoogte is, dus vandaar dacht ik jullie een plezier te doen met het delen van een aantal zeer waardevolle, zo niet, onmisbare tips!

Laat ik starten met de Primark. Ge-wél-di-ge winkel! Voor een paar cent je achterbak vol met bruine papieren tassen die niet hergebruikt kunnen worden.
Dat wil iedereen toch? Juist! Vandaar de tip: ‘Bezoek de Primark alleen op doordeweekse dagen vóór 12 uur. Dan sta je tenminste maar 30 minuten in de rij voor de pashokjes en 15 minuten in de rij bij de kassa!’

Tip nummer 2 heeft te maken met de bikini aankoop en luidt: ‘Mocht je niet gezegend zijn met een bikinifiguur, shop dan online!’
Zoek zoveel mogelijk setjes naar je smaak en laat ze thuisbezorgen zodat je striemloos, uitgebreid, vanaf elke afstand, in elke stand jezelf kunt bekijken in de spiegel.
Stuur terug wat écht niet kan en ga gelukkig de zomer in!

De volgende tip is vooral voor mensen met weinig geduld: ‘Drip and dry.’
1 á 2 druppels op je nog natte nagellak en binnen een paar seconden zijn ze droog.
Ik kon het eerst niet geloven, maar dit werkt écht! Nou ja, bijna dan…… De drip and dry vloeistof maakt je vingertoppen wel wat nat en toen ik deze aan de handdoek wilde afdrogen veegde ik de nagellak er alweer voor een deel af. Een beetje geduld is dus toch nog wel vereist. Desalniettemin: een aanrader!

Maar de tip van de maand is toch wel: ‘Nadat je je mobieltje uit de vijver hebt gevist, leg je hem in een bakje met ongekookte rijst en HIJ DOET HET WÉÉR!!!’
Op dit moment ligt hij er nog in om de laatste paar druppels van het beeldscherm te krijgen, maar hij functioneert perfect! En om dát te vieren eten we vandaag rijst met goulash! Of rijst met pilav? Of nasi? Iemand nog een onmisbare tip???

Aflevering 2 van de serie ‘Tanja goes cooking through the stomach…for love’

IMG_20150227_195518

Ik heb mijn best gedaan. Al zeg ik het zelf.
Daarom een vervolg op de pilot:
Aflevering 2!

De afgelopen 2 weken stonden voor mijn persoonlijke ontwikkeling in het teken van ‘Koken voor de liefde’!
Oftewel ‘Koken voor mijn liefdes’!
De mannen kregen van alles voorgeschoteld. Hier een kleine opsomming van de (voor mij tenminste) meest bijzondere gerechten:

Kip uit de Römertopf
De smaak van dit gerecht, dat ik zo’n 25 jaar geleden voor het laatst had gegeten, is me altijd bijgebleven. Waarom ik het dan nooit eerder gemaakt heb? Tja, dat vraag ik me, terwijl ik dit typ, ook af. Géén idee.
Gelukkig had mijn moeder het recept bewaard en kon ik aan de slag.
Mijn boodschappenlijstje zag er als volgt uit:
– kippenbouten
– 1 ui
– 2 wortels (die was ik vergeten te kopen)
– 4 ontvelde tomaten (dat was me te lastig, dus die zijn er mét vel in stukjes ingegaan)
– 1 teentje knoflook
– 1/4 liter bouillon
– aromat (nog steeds geen idee wat dat precies is, dus dat had ik niet)
– ketchup
– blikje tomatenpuree (had ik wel gekocht, maar onze blikopener is maanden geleden stuk gegaan en we hebben nog steeds geen nieuwe)
– peper, zout, tijm, rozemarijn (dat laatste maakte de smaak volgens mijn moeder, maar…..tja, helaas vergeten)
Na 2 uur in de oven op 220 graden maak ik de topf open en wat denk je?
Ondanks dat ik het recept niet tot op de letter gevolgd heb, zag het lekker uit, rook het heerlijk en smaakte het…..ja, als 25 jaar geleden. Heerlijk!
En de mannen? Had ik hun hart geraakt?
Mika: ‘Best lekker ja, maar ik heb liever Piri Piri’.
Rogér: ‘Heerlijk, maar kan dit ook met kipfilet?’ (onze dierenliefhebber háát kluiven)

Gepaneerde Pangafilet
Dit had ik al vaker gemaakt, maar om de een of andere reden moet ik toch steeds even mijn moeder bellen voordat ik eraan begin:
– De vis eerst in het ei en dan in het meel voordat ik het in het paneermeel doe? Of eerst in het meel en dán in het ei?
– Bakken in boter of in olie zodat het niet plakt?
– Hoelang in de pan?
Een beetje van mezelf dus en een beetje van mijn moeder, maar het resultaat mag er wezen!
Rogér geniet ervan! Mika? Die kreeg ‘left-over-diepvries-shoarma’. Ook genieten!

Kip Piri Piri
Dit stond er op mijn boodschappenlijstje:
– kipfilet (ja, weer kip, maar nu zonder bot)
– sperziebonen
– 1 rode paprika (jammer, ik dacht dat we er nog een in de koelkast hadden)
– 1 ui
– 3 tomaten
– 1 komkommer
En: één van mijn vrienden in de keuken:
– Knorr! Deze keer: Portugese Kip Piri Piri
Ik hou van die dikke dozen die ook nog eens in de bonus waren deze week (en daarom eten we morgen: Knorr Beef Shanghai!)
Beoordeling van de mannen: Jammie!

Na de Piri Piri gingen Rogér en ik een blokje om toen hij ineens totaal onverwacht uit de hoek kwam met de opmerking: ‘Ik vind wel dat je de laatste tijd gevarieert kookt!’ Hahahahaha! Volgens mij ben ik op de goede weg!

Tot slot nog even een niet zo bijzonder gerecht, maar wel met verrassende gevolgen!

Broodje hamburger
Op tafel staan schaaltjes met:
– sla
– komkommer
– tomaat
– gedroogde uitjes
– gebakken uien
Op een bord liggen 4 hamburgers opgestapeld: 2 voor Mika en voor Rogér en mij elk 1. ‘Beetje weinig’ hoor ik je denken, maar wij eten er nog uitsmijters bij.
Nadat mijn broodje hamburger op is bak ik de uitsmijters en zie ik dus niet meer wat er aan tafel gebeurt. Als we klaar zijn ligt er nog een hamburger op het bord en ik vraag aan Mika waarom hij er maar 1 gegeten heeft. ‘Nee, ik heb er 2 gehad.’ Ik snap er niets meer van! Mika heeft er 2 gehad, ik 1 en Rogér ook 1. Toch?
Uhm….zegt de laatste. Misschien ben ik vergeten de hamburger erop te doen……

Tja, dat doet mijn kookkunst blijkbaar ook: een broodje met sla, komkommer, tomaat en vers gebakken uien en de hamburger DENK je er vanzelf bij! 😉

Échte dierenliefde is een genenkwestie

imagesP2XPP0KN

Échte dierenliefde, daar word je mee geboren. Ik weet het zeker.
Ik heb het geprobeerd.
Ben ervoor gegaan.
Heb er energie ingestoken.
Maar ik heb gefaald.
Échte dierenliefde zit in je genen; het valt niet te leren.

Als jong kind zie je dit nog niet. Ik was bang voor honden, dat zag ik wel en voelde ik nog meer. Ik denk dat ik voor mijn 25e geen enkele trouwe viervoeter heb geaaid. In elk geval niet écht. Misschien heel even omdat het echt niet anders kon.
Maar toch vond ik dieren ‘wel leuk’. Een konijn bijvoorbeeld. Zo schattig om te zien. Ja, om te zien, maar meer ook niet. Toen Stampertje ons met zijn komst had verblijd, durfden mijn zus en ik hem helemaal niet vast te pakken. Onze ouders verschoonden het hok en wij keken alleen maar hoe hij zich amuseerde op het grasveld. Tja, dat grasveld. Dat is hem fataal geworden. In een onbewaakt ogenblik zag de hond van de buurman zijn kans schoon en rende als een wilde achter onze Stampertje aan, met als gevolg: een hartstilstand. Och, wat waren we verdrietig, mijn moeder, zus en ik. En mijn vader? Die kon de uitvaart regelen. Meteen daarna besloten we unaniem nooit meer een konijn te nemen.

Een parkiet! Dat konden we wel aan dachten we. Gezellig binnen in de huiskamer naar het vrolijke gefluit van Jacko luisteren. Nee, niet op mijn schouder of vinger. Ook dit diertje veilig achter tralies. Behalve wanneer de kooi verschoond moest worden. Dan mocht hij lekker door de kamer vliegen totdat zijn nestje weer proper was. Vanzelf vloog hij dan weer terug. Behalve die ene keer…. De achterdeur stond open en weg was Jacko.

Ik weet niet meer op Pietje voor of na Stampertje en Jacko kwam, maar die kanarie heeft een goed leventje bij ons gehad. Tot hij op zijn oude dag van zijn stokje is gevallen.

Vissen hebben we ook gehad. Één hele bijzondere zelfs. Een acrobaatvis! Wel uit een lokaal circus en niet van Renz, want we vonden hem na zijn grote acrobatische sprong terug in de slipper van mijn vader. Truc mislukt.
De vissen durfde ik overigens zelf schoon te maken. Wel met een schepnetje uiteraard. Niet met de blote hand.

Zo zie je, als kind heb ik het geprobeerd: het ontwikkelen van échte dierenliefde. Maar het moest van te ver komen. Al vroeg in mijn leven had ik daarom besloten een dierenloos leven te gaan lijden. Beter voor Dier en Mij.

Totdat…..
Tja, de liefde hè.
Alles voor de liefde.
Ik leerde hem kennen en hij had een hond. Ook al wist ik bijna niets van honden, ik wist wel dat ik toen de keuze had tussen het combipakket of single blijven. En aangezien liefde alles overwint ging mijn leven dus van dierenloos naar ‘hond in huis’.

Maar toch, met het verstrijken van de jaren kom je tot de conclusie dat een hond andere gevoelens bij je losmaakt dan een goudvis of parkiet en toen we Rocco moesten laten inslapen was ik écht verdrietig.
Niet dat ik daarom meteen weer een hond wilde. Nee, ik was nog steeds geen echte dierenliefhebber. Toch heb ik me laten overhalen na de ‘Wij willen een hond!’-briefjes die ik vond op de trap, op mijn kussen, op de bank, in de koelkast enz. en sinds enige jaren is Sammy het vierde mannelijke lid van ons gezin.
Ik ga met hem wandelen, geef hem te eten en te drinken, knuffel met hem, neem hem mee op vakantie, ga met hem naar de kapper, maar eerlijk is eerlijk….. échte dierenliefde voelen? Dat moet nog steeds van te ver komen.

Volgens Rogér is dit niet waar en doe ik alsof om ‘mijn reputatie van niet-dierenliefhebber’ hoog te houden. Maar ik weet wel beter. Ik ben diep van binnen nog steeds dezelfde als toen ik hem leerde kennen en mijn vriendinnen aan me vroegen wat voor hond hij dan had. Ik antwoordde: ‘Je weet wel zo’n witte waar je, als je er achter een stok instopt, de vloer mee kunt moppen.’ (gezien de prille fase van onze relatie zal je begrijpen dat ik dit pas veel later aan hem heb opgebiecht ;))

Tanja goes cooking through the stomach…for love – aflevering 1

IMG_20150227_195518

Nee, niet schrikken!
Er is niets aan de hand!
En ja, je ziet het goed!
Dit stukje gaat over iets dat ik helemaal niet leuk vind: koken!

Deze week hadden we het op het werk over het gezegde: ‘de liefde van de man gaat door de maag’. Nou ja, ‘de man’. Het gesprek ging over het mannelijke konijn van mijn collega die nogal kieskeurig is qua eten.

Eenmaal aangekomen bij de vrijdag/begin van het weekend/boodschappendag kwam dit gezegde nogmaals bovendrijven. Uhm…met alleen maar mannen in huis zou ik hier toch wel een redelijk punt mee kunnen scoren, dacht ik zo. Maar ja, dan moet de knop om! Ik moet af van mijn standaard receptenlijstje! Tijd voor iets nieuws!
Tijd voor: ‘Tanja goes cooking through the stomach…for love’!

Poging 1: iets met satésaus.
Met maar 1 man in huis vandaag, besloot ik er meteen voor te gaan.
Hij houdt van satésaus, dus daarom werd het ‘iets met satésaus’.
Kip was de meeste logische keuze, notenrijst, beetje cassave en dan alleen nog de groente. Aangezien hij geen warme-groente-liefhebber is, besloot ik voor peultjes te gaan. Mocht hij ze niet lekker vinden, konden ze er gemakkelijk tussenuit gevist worden. Ja, dit kon wel eens iets worden!

Met alle ingrediënten op het aanrecht was ik er klaar voor! Alleen mijn wokpan niet zo zeer. Ik zag dat de anti-aanbaklaag hier en daar los begon te laten. Niet echt gezond heb ik eens begrepen, maar goed, voor één keertje kon het nog wel besloot ik. Terwijl ik de rijst aan het borrelen had, knabbelde ik aan een peultje, tot ik hem van schrik in mijn keel had hangen omdat ik al etende op de verpakking las: ‘Peultjes nooit rauw eten!’ Wat? Zoiets lees je nooit op een verpakking! Dit was dan toch wel een serieuze waarschuwing! En ik had hem zomaar genegeerd! Dat wil zeggen; ik wist het niet. Weer een reden om van te voren ‘de gebruiksaanwijzing’ goed te lezen.
Nadat het restant van het peultje mijn slokdarm gepasseerd was, had ik de rijst aan het stomen, de kip aan het garen en konden de peultjes en lente-ui erin. Op het derde pitje werd de satésaus warm en ik bemerkte een geweldig gevoel van controle bij mezelf. Dit liep prima! Ik had misschien alleen de lente-ui iets later erin moeten doen, aangezien hij hier en daar een beetje erg donker (zeg maar zwart) begon te worden.

‘Aan tafel!!!’

Daar zit hij dan: mijn kleine-grote man van bijna 14 met een bord met veel kip, weinig peultjes, een hoopje notenrijst, een kwak satésaus en wat stukjes cassave. Hoe succesvol verloopt aflevering 1 van ‘Tanja goes cooking through the stomach…for love’? Ik had willen beginnen met een kraker. Maar lukt dit ook, of blijft het bij deze pilot aflevering?

Ik observeer hem nauwlettend.
Na 1 peultje worden de anderen naar de rand van het bord geschoven onder het motto: ‘ze zijn niet vies, maar ik heb nu eenmaal niet graag warme groente’. Oké, gelukkig krijgt hij de vitaminen van de stukjes niet-zwarte-lente-ui nog binnen. De kip vindt hij lekker! De notenrijst ook wel, behalve die stukjes ertussen die naar fruit smaken zijn minder.
Niet erg, ik hou van een kritisch publiek. Ik hoef geen cadeautjes. Met deze feedback kan ik vooruit in aflevering 2.
Dan komt hij aan bij, in zijn geval, het hoofdbestanddeel van dit gerecht: de satésaus! Die zal toch zéker smaken! Ik bedoel, hier is niets aan te verprutsen. Zo uit de verpakking, in de pan, opwarmen en op het bord.
Maar dan……..BOH DIE IS SCHERP!
Ai…….ik bekijk de verpakking nogmaals. ‘Extra pittig’. Oeps…..

Gelukkig schept hij toch nog een tweede keer op. Verheugd kijk ik toe.
Alleen kip, een héél klein beetje satésaus en héél veel cassave….
Nou ja, ik ben ook pas bezig met mijn professionalisering. Dit hoort erbij.
Óp naar aflevering 2!

Spijbelen op de DJ-school

dj2

Voor mij maken mensen en muziek de avond:
mensen waar ik iets mee heb én muziek die de stemming aanvult.
Zo simpel is het eigenlijk. Maar zo eenvoudig is het vak van DJ helaas niet……

Wie spijbelt op de DJ-school zou gemist kunnen hebben dat het niet alleen gaat om ‘draai je plaatje’. Het is namelijk geen gevalletje van ‘kijk eens hoeveel nummers ik heb!’ Nee, het gaat erom wat je ermee doet: mensen vermaken! En dát is een vak op zich.

Een DJ die te veel afwezig is geweest bij het vak ‘entertainment’ kun je het bijna niet kwalijk nemen dat hij zijn publiek niet screent. Deze DJ zal dan ook helemaal in zichzelf gekeerd, scrollend over zijn beeldscherm op zoek gaan naar het volgende nummer, zonder dat hij kijkt of zijn huidige aanslaat. Maar je hoeft niet met negens de school te hebben verlaten, om te kunnen zien of je muziek wel het gewenste effect heeft:
Wanneer er een dansvloer is en niemand danst? Nou, dan weet je genoeg!
Wanneer er iets te vieren valt en iedereen blijft op zijn stoel zitten? Lijkt me duidelijk!
Wanneer het carnaval is en iedereen beweegt maar een beetje mee? Need I say more?
Wanneer je enthousiast door de microfoon roept: ‘Is everybody happy?’ en niemand reageert?
Meld je aan voor een opfriscursus!

Wat een spijbelde DJ wellicht ook gemist heeft is de les ‘Omgaan met opbouwende kritiek’. Komen er mensen met een bierviltje vol suggesties bij je? Voel je niet aangevallen. Doe er je voordeel mee!

Helaas zijn er ook DJ’s die de masterclass ‘Carnaval’ hebben overgeslagen.
Deze plaatjesdraaiers denken dan ook nog steeds een feestje te kunnen bouwen met hun collectie van 15 jaar geleden onder het motto van: ‘carnaval is carnaval’. Jammer….
Ditzelfde geldt ook voor de echte stemmingsartiesten: niet elk nummer van hen is geschikt op elk moment! Als je met carnaval Beppie draait, draai je ‘Zoenen daag’ en niet ‘Danse tot ’t mörgeleech’. Als je Erwin draait, draai je ‘Helena’ en niet ‘Veer zomers laank’. En als je ‘Tingelingeling heij kump de Alpen Expres’ wilt draaien???
Dat mag!
In de auto op weg naar Oostenrijk met je skikoffer op het dak!

WIJ WILLE BLOETSIE!

naamloos (4)
Vanmiddag in de auto op weg naar huis hoor ik Toto op de radio. Onbeschaamd zing ik mee, terwijl ik met mijn vingers op het stuur trommel. ‘Oh the life…..toedoedoedoeoeoeo, love isn’t always on time…..owowooooow…’ Heerlijk toch! Back in time. Verstand op nul. Ja, echt verstand op nul, want de dj kondigt het nummer af met: ‘Ja, lekker nummer van Toto: Hold the line.’
Ow…… Oftewel owowooooow!!! Ik heb dus jaren de verkeerde tekst gezongen! Toch maar goed dat het nog geen weer is om met de raampjes naar beneden rond te rijden.

Niet dat me dit voor het eerst gebeurt hoor. In mijn ‘kijk mij eens stoer wezen want ik ga met mijn vrienden hangen’ periode (eerlijk is eerlijk, zo heette dat toen nog niet, maar dan begrijp je wat ik bedoel) heb ik me meer songteksten eigengemaakt waarin ik mezelf een flinke portie dichterlijke vrijheid toestond zonder na te gaan of de zin eigenlijk wel liep. Zo oppervlakkig was/ben ik wel.

Niet alleen in het Engels overkwam me dit. Nee, op de lagere school zelfs in mijn moedertaal!
Wanneer er een vechtpartij op het schoolplein gaande was, verzamelde zich een groep kinderen eromheen. Nu haast ondenkbaar. Tegenwoordig ligt de focus bij het surveilleren veel meer op het voorkomen van zulke situaties. Toen niet, zover ik me kan herinneren tenminste. Nee, ik weet het zeker! Anders had ik never nooit bij elke vechtpartij in de kring eromheen kunnen staan, keihard meeblèrend:
‘WIJ WILLE BLOETSIE!
WIJ WILLE BLOETSIE!’
(Hoe onnozel kun je zijn?)